My complaint:
Laten we voorop stellen dat ik begrijp wanneer je een schuld krijgt, vaak door eigen toedoen, het wijs is om vrijwel meteen een regeling te treffen.
En toen kregen we het geval BSR.
Ik kwam een vrolijke maandagochtend op mijn werk aan, en mijn baas schuifde een brief van BSR onder mijn neus, met de melding dat ze beslag gaan leggen op mijn loon. Geen duidelijke reden, geen bedrag vermeld.
Goed, gelijk maar bellen. Op dat moment kreeg ik een zekere mevrouw * aan de lijn. Ik vroeg half paniekerig af wat dit moest voorstellen. Voor ik het wist kreeg ik op strenge, onbegripvolle wijze een reeks data over de lijn geschaterd van brieven die ik zou moeten hebben ontvangen, een deurwaarder die langs was geweest, verscheidene documenten die ik zou moeten hebben ontvangen, en dat ik gewoon moest betalen. Dus ik verklaarde dat ‘k wel een vermoeden had dat er ergens iets niet goed ging, maar niks van het eerder genoemde had gezien of heb mogen ontvangen.
Ook werd mij verteld dat er ondertussen een rechtszaak was geweest, waar ik nooit bij op ben komen dagen, waar ook kosten bij zijn gemaakt. Op dat moment gaf ik aan dat ik het niet heel raar vond dat ik niet was komen opdagen, als ik van niks wist. Ook gaf ik aan dat ik overdag’s werk, zou het dan niet makkelijk gezegd zijn van haar dat er een deurwaarder was langs geweest? Ze wisten immers dat ik werk (en niet thuis was).
“Wat is de schade eigenlijk”, vroeg ik me plots af. Blijkt dat het ging om een flink bedrag legde ze hatelijk uit, want ja, de basis was bedrag x, en de gemaakte onkosten (achter mijn rug om) waren y. Het ging om een bedrag wat uiteindelijk mijn gehele loon zou afnemen.
Wanneer ik een beroep deed op menselijkheid, dat ik maar zoveel verdien, ook onkosten heb – en niet te vergeten – ook moet eten, liet ze vervolgens niet alleen weten in houding, maar ook letterlijk in woorden weten dat het haar niks kon schelen.
Vervolgens krijg ik weer dezelfde informatie over de brieven en dergelijke, nog strenger opgesomd.
Welk weerwoord ik ook gaf, het was wel alsof ik een soort code moest kraken in de vorm van een juiste vraagstelling, wilde ik verder komen met een ander antwoord in dit gesprek. Als ik dan hier en daar probeerde te onderbreken om een weerwoord te geven, kreeg ik uiteindelijk op grove, hatelijke taalswijze te horen dat ik m’n mond moet houden omdat er anders word opgehangen en ik het in wezen kan bekijken.
Op dat punt besloot ik wijs om m’n mond te houden, de vrouw vervolgens een poosje uit te laten tieren, het maar te slikken en zo op een maandag op onverwachtse wijze een aflossingsregeling voor een flinke som geld op onmenselijke wijze af te laten dwingen.
Mooi begin. Bedankt ontoepasselijke, onbegripvolle, hatelijke mevrouw * van BSR. Ik wens u vanalles toe.
Desired solution:
Kwijtschelding van de onnodig gemaakte onkosten, aflossing oorspronkelijk gemaakte schuld aan de partij waar de oorspronkelijke schuld bij is ontstaan. Een excuses voor het verbaal ongenoegen van het BSR.

